Artikelen

Kinderrechtentop in Leiden

20-1-2010

Vrijdag 20 november 2009 stond Leiden in het teken van het 20 jarig bestaan van het Verdrag voor de Rechten van het Kind. UNICEF organiseerde een ‘kinderrechtentop’ en hierbij waren ook een aantal medewerkers van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Limburg, namelijk Leonie, Kayleigh en Wieteke, aanwezig.



De Kinderrechtentop begon met een korte film over de werkzaamheden van UNICEF en daarna werd iedereen opgedeeld in vier deelconferenties waar mensen uit de jeugdzorg, het onderwijs en de juridische wereld met elkaar in debat gingen over de toepasbaarheid van het Kinderrechtenverdrag in de praktijk.

De juridische deelconferentie werd begeleid door een aantal kinderrechters, kinderrechtadvocaten, universitair docenten kinderrecht en jeugdofficieren van Justitie. De deelnemers van de juridische deelconferentie gingen met deze panelleden in discussie over het Kinderrechtenverdrag: wat gaat er goed en wat kan beter? De meeste mensen waren het met elkaar eens dat op dit moment kinderrechtadvocaten het Kinderrechtenverdrag te pas en te onpas noemen tijdens zittingen. Tijdens deze deelconferentie kwam er ook naar voren dat deze advocaten zich beter moeten scholen om een nog betere praktische toepassing van het Kinderrechtenverdrag te bereiken. Ook werd er gepleit voor een individueel klachtrecht bij het kinderrechtenverdrag.

De ‘jeugdzorg’ deelconferentie ging over de toepassing van het Kinderrechtenverdrag in de jeugdzorgin Nederland. Aan de hand van een debat, waarin deelnemers mochten kiezen of ze voor of tegen de stellingen waarin, werd gedurende het programma volop gediscussieerd over hoe het Kinderrechtenverdrag beter toegepast kan worden in Nederland. De eerste stelling was: ‘Bedreigde kinderen moeten één verantwoordelijk hupverlener krijgen.’ Over het algemeen werd gevonden dat inderdaad zo zou moeten zijn, hoewel sommige deelnemers zich afvroegen hoe dit in de praktijk eruit moet gaan zien. Ook werd aangegeven dat jongeren een verantwoordelijke vertrouwenspersoon zouden moeten hebben, maar dat er wel meerdere hulpverleners zouden moeten zijn. Ook over de stelling: ‘Kinderen moeten meebeslissen over hun behandelplan’ werd volop gediscussieerd. De deelnemers waren van mening dat het meebeslissen van jongeren wel zo verstandig is omdat zij wel weten wat goed voor ze is. Aan de andere kant kunnen kinderen op deze manier zelf ook aangeven waar zij zichzelf fijn bij voelen en dit maakt de hulpverlening wel efficiënter. Na de lunch werd er nog verder gedebatteerd en aan het eind werd een rapport opgesteld waarin een samenvattende conclusie van wat er besproken en werd dit vervolgens gepresenteerd bij het algemene gedeelte van de dag.

Bij de deelconferentie over Unicef International kwamen ook een aantal gastsprekers. Mevrouw Afshan Khan vertelde dat er meer aandacht moet zijn voor vrouwen en kinderen in ontwikkelingslanden en dat het erg belangrijk is dat er beter wordt samengewerkt tussen overheden en andere investeerders. Sigrid Kaag is directeur van Unicef in Noord-Afrika en het Midden-Oosten en ook zij benadrukte de samenwerking. Er moet natuurlijk geld zijn voor een stichting als Unicef om de problemen te kunnen aanpakken, maar volgens haar was de 'wil' om te helpen ook vaak een probleem voor overheden. Als laatste kwam Andrea Vermeeren van de World Bank. Zij vertelde over het plan van een sociaal 'veiligheidsnet'. Ontwikkelingslanden moeten volgens haar beter leren omgaan met het geld dat ze krijgen om kinderen te helpen. Hierna gingen een aantal kinderen van een middelbare school uit Leiden met elkaar in debat en na de lunch ging iedereen samen discussiëren over vier stellingen die bedacht waren door de gastsprekers. Dit ging over de oprichting van een internationaal fonds voor de ontwikkeling van techniek en over het meer betrekken van kinderen bij de beslissingen die over en voor hen worden genomen. Veel verschillende meningen werden met elkaar gedeeld en vooral dit maakte de discussie heel interessant.

Na de deelconferenties kwamen alle deelnemers van de kinderrechtentop weer bij elkaar. Alle deelconferenties werden nabesproken en de belangrijkste conclusies van de deelconferenties werden gepresenteerd. Daarna kwamen er een aantal sprekers die vertelde over hun ervaringen met betrekking tot het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Dit waren onder andere Hilde Johnson, uitvoerend directeur van UNICEF Internationaal, minister Rouvoet van Ministerie Jeugd en Gezin en minister Koenders van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Ook Koningin Beatrix was aanwezig bij dit laatste deel van de Kinderrechtentop.

De avond werd afgesloten met een lopend buffet voor alle deelnemers en een feest voor de jongeren van de middelbare scholen die ook aan de Kinderrechtentop hadden meegewerkt.

Meer informatie over de kinderrechtentop is te vinden op http://www.unicef.nl/nieuws/agenda/kinderrechtencongres.aspx . Hier kan je ook uitgebreidere verslagen lezen over de verschillende deelconferenties.




Oudere artikelen

Hieronder vind je een overzicht van vorige artikelen.